06 230 38 985 gerard@mesmanteksten.nl
Selecteer een pagina

Boodschappen doen als uitje 

Op de fiets naar de stadsboerderij

Geluk in het gewone. Voor je het weet ben je er voorbij. Zaterdagmorgen boodschappen doen. Daar het geluk in zien vraagt enige oefening, maar niet als je naar ‘mijn’ boerderijwinkel gaat. Ik stap op de fiets in een woonwijk die al behoorlijk gesetteld is met dik 70 jaar op de teller. Van alles door elkaar, dus binnen no time passeer ik huizen met alles een maatje groter dan in mijn straatje. Mijn geluk begint daar licht te tintelen, omdat de zoom van de wijk al in zicht is. Voor mij ontvouwt zich dan het stukje stad dat eigenlijk helemaal geen stad is.

De Route

Een speelweide begrenst door een stoere rij ruisende populieren, die op hun beurt plaats maken voor een slingerend beekje. Een bruggetje: alleen voor fietsers, voetgangers en hun honden. Daar betreedt ik het landschap uit een ver verleden dat me steeds weer eindeloos blij maakt. Een smal weggetje midden door weilanden. Meanderend. Grazende koeien die alle tijd van de wereld hebben, wilgen, beuken, kastanjebomen, struikgewas. Hier en daar een deel van de groentetuin van de boer. Een bankje met uitzicht op de hoeve met een leeftijd ver over 150. Rieten dak. En dan komt het mooiste stukje: net om de bocht een manshoge beukenhaag waarboven de slanke houten palen uitrijzen die in mijn polderjeugd de lange wegen hun kaarsrechte karakter hielpen benadrukken (en tevens de boerderijen van stroom moesten voorzien). Vooruit de zon helpt wat vandaag, maar in de herfst geniet ik net zo goed bij regen en tegenwind.

 

Slappe grond zorgt voor grootstedelijke parel

Ongeluk heeft hier mijn geluk geholpen. Een boerderij zo dicht bij het centrum van stad nummer 5 in de nationale top, dat moet een speciale reden hebben. Die reden is: slappe grond. De wet van de minste weerstand is ook mijn stadsbestuur bekend. Eerst bouwen waar het gemakkelijk gaat. Niet hier dus. Tussen twee beekjes in vroeg het bouwen van gewichtige volumes teveel palen die diep de grond in moesten voor enig houvast. Dan eerst maar eens verderop aan de slag. En voor verderop helemaal klaar was met straten en pleinen, drong het besef door dat schoonheid ook ruimte verdient. Ik prijs de burgemeester en schepenen die de moed hadden een beschermende lijn rond dit laatste stukje beekdallandschap te trekken. Én die lijn te laten staan. Een stukje waardeloze grond is zo de parel van onze stad geworden, waar mensen in rolstoelen of in kinderwagens in een vooroorlogs tempo worden voortgeduwd, waar joggers hun longen extra vol kunnen zuigen en kinderen nog voluit met hun laarzen in de modder kunnen pletsen. En waar ik iedere zaterdagmorgen de boodschappen mag doen. Mazzelaar.